donderdag 4 augustus 2016

Ontmoeten

Lief dagboek,

Vandaag heb ik wat beleefd... ik ben er zo vol van... ik heb het gevoel dat ik barst, dat ik zweef... ja zoiets. Ik zal het je snel vertellen.

Vanmiddag ging ik naar de Jacobsbron, achter de heuvel net buiten de stad. Sinds een tijdje haal ik het water midden op de dag, zonder dat er anderen zijn. Want altijd schijnt men nare opmerkingen te moeten maken en te moeten smoezen zodra ik eraan kom. Ik heb er voor gekozen om dan maar op het heetst van de dag te gaan, maar wel in alle rust.

Toen ik om de bocht bij de oude eik kwam, zag ik een man bij de put zitten. Ik schrok. Wat doet een vreemdeling daar op het heetst van de dag? Ik overwoog om snel om te keren voordat hij mij gezien had. Maar ja, dan had ik geen water...
Ik ben toch doorgelopen en deed maar net of ik hem niet opgemerkt had. Maar toen ik nog maar nauwelijks bij de put was, vroeg hij mij om wat drinken.
Gelijk hoorde ik het en nu zag ik het ook duidelijk: het was een Joodse rabbi. En eerlijk, lief dagboek, ... ik stond als aan de grond genageld! Wat een uitstraling, wat een ogen, ... Nee denk nu niet gelijk het verkeerde, want dat ik licht ontvlambaar ben in de liefde, dat weet ik. Maar dit was anders, hij was anders, het gevoel was anders. Gek he, dat als je het onder woorden wil brengen, je er geen woorden voor kan vinden.

Hij was oneindig mooi!

Ik sputterde wat tegen, want waarom zou ik voor hem water moeten halen? Maar dat duurde niet lang, of ik daalde snel af in de put en kwam weer boven met een kan water. Hij was zichtbaar vermoeid en had dorst.


"Waiting for the promised living water"
Elspeth Young, American Gallery

Nadat hij zich tegoed gedaan had aan het frisse water, begon hij te praten. Over levend water en dat je geen dorst meer krijgt als je van dat levende water drinkt. Daar snapte ik natuurlijk niets van. Ergens voelde ik wel dat het beeldspraak was, maar hoe hij dat bedoelde...? Ondertussen bleef ik enorm gefascineerd door deze rabbi en hoopte dat hij nog een uur door zou praten zodat ik naar zijn warme stem kon luisteren.
Toen ik aangaf dat ik dat water waarover hij sprak wel wilde drinken, vroeg hij mij om mijn man te halen. Ik was verstomd, kreeg het warm en wist niet wat te zeggen. Zachtjes mompelde ik dat ik geen man had. Waarop hij zei: "je hebt terecht gezegd: ik heb geen man, want je hebt vijf mannen gehad en die je nu hebt, is je man niet."

Lief dagboek, wat er toen gebeurde kan ik bijna niet omschrijven. Vermoedelijk stond ik hem met open mond aan te kijken. Achteraf nogal dom en ook niet bijzonder eerbiedig tegenover een Joodse rabbi. Maar het was zo wonderlijk om te horen dat hij precies wist hoe bij mij de vork in de steel zat! Zo schokkend ook en enorm confronterend... de tranen liepen over mijn wangen. Ik stamelde: "meneer, ik zie dat u een profeet bent!"

Dat kan niet anders, lief dagboek. Hij moest wel een man van God zijn. Hoe kon hij dit anders weten? Ik wierp hem nog snel een vraag voor de voeten, je weet wel, over dat bidden in Jeruzalem of op deze berg. Eigenlijk weet ik niet waarom ik dat deed... een soort strikvraag? Of wilde ik hem gewoon langer aan de praat houden? Ook vroeg ik naar de Christus die komen zou.


Hij zei heel eenvoudig: "Ik ben het, waar je mee spreekt."

Dat was wel de druppel..., hij bleek de Christus Zelf te zijn!
Lief dagboek, de grond waarop ik stond werd heilig. Ik heb er weer geen woorden voor.
Ik denk, als zijn leerlingen niet net om de hoek gekomen waren, dat ik plat op de grond neergevallen was! Zo vervuld van liefde, zo overweldigd door zijn woorden, zo vol van het zeker weten: ik heb de langverwachte Messias in levende lijve ontmoet en gesproken!

Ik vergat alles en iedereen en rende naar de stad terug. Daar helemaal bezweet en buiten adem aangekomen, riep ik door de straten: "Kom! Er is iemand die mij alles gezegd heeft wat ik gedaan heb! Zou Hij niet de Christus zijn?"
Ik bleef roepen, dacht helemaal niet na wat de mensen wel niet van mij zouden vinden, liep heel veel straten door en riep steeds hetzelfde: "Kom! Er is iemand die mij alles gezegd heeft wat ik gedaan heb! Zou Hij niet de Christus zijn?"

Even later merkte ik dat de mensen massaal de stad uit liepen richting de Jacobsbron.
Ik niet. Ik ben naar mijn huis gegaan, heb de deur achter me dichtgedaan en ben alsnog plat op de grond gevallen. Voorover. In volle aanbidding. Want hij had gezegd:


"de tijd is nu gekomen dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden
in geest en waarheid,
want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden."

En lief dagboek, het is zo licht in mijn hart. Zo helder in mijn hoofd. Ik ben zo vol van deze liefde, van deze Vader, van deze Messias!


Ik ben op bed gaan liggen en daar lig ik nog. In diezelfde houding. En schrijf ik dit aan jou. Weet je wat ik eigenlijk hoop? Dat ik zo in slaap val... en wakker word bij die bron met dat levende water! Kan je het je voorstellen?

Dat moet de hemel wel zijn!



Want dit water brengt nieuw leven
en verfrist mij elke dag.
't Is een stroom van Uw genade,
waar 'k U steeds ontmoeten mag.

Here Jezus, neem mijn leven,
ik leg alles voor U neer.
Leid mij steeds weer naar het water,
'k wil U daar ontmoeten, Heer.




Naar aanleiding van Johannes 4:6 t/m 30.
Met dit verhaal doe ik mee aan de bloghop van juli/augustus 2016 van christelijkewebloggers.blogspot.nl.
Het thema is ‘Ontmoeten’ en is bedacht door Judith Stoker, judithstoker.blogspot.nl.



Liefs van Henny


1 opmerking: